Op de vlucht voor de donkere stalkers

CUR – Het loopt lekker. Ik mag het ene na het andere stukje voor het Antilliaans Dagblad schrijven. Samen met het inkomen van het restaurant waar ik de lunch loop, verdien ik nu zo’n 1500 gulden per maand: genoeg om op Curaçao van te leven.

Een baan
Door het restaurant kom ik aan mijn onderwerpen. Bijvoorbeeld door een groep honkballers uit Nederland die op het eiland komt softballen. Softbal voor heren schijnt helemaal hip te zijn. Dus loop ik een hele zondag op het veld rond en praat ik met dezen en genen. Maar er komt van alles voorbij: hockey, watersport, gezondheid. Op een dag weet ik mijzelf naar binnen te praten bij een concert van de Portoricaanse Gilberto Santa Rosa. Een unieke kans voor een niet zo draagkrachtige salsaliefhebber. Steeds vaker kom ik collega’s van de Amigoe tegen en zij mij. Op een dag word ik gebeld voor een sollicitatiegesprek. En ik krijg de baan.

 

Rust
Een baan, eindelijk rust. Tenminste, dat dacht ik. Lees verder

Advertenties

De eerste stappen

CUR – Er zijn geen ramen, geen deuren en nog geen tegels op de vloer. De grijs gestucte muren en betonnen vloer zijn kaal. Zo ook de tuin. Het huis in de wijk Montaña  is nog in aanbouw. Er ligt een matras op de grond. Daarboven plak ik de foto’s van mijn overleden moeder en oma. De foto’s zijn in zwart-wit, maar ze kleuren meteen de hele ruimte.

Ook de tuin is kaal. Ik zet er een plant met oranje bloemetjes in: een tuturutu,  leer ik. De tuturutu lijkt op de tamarinde als je naar de blaadjes en de bloemetjes kijkt. Lees verder