Zie je wel

Ik word vaak uitgelachen om mijn ideeën. Het zal aan mijn presentatie liggen, want achteraf blijken die ideeën vaak zo gek nog niet. Zo kocht ik in 2001 een mountainbike op Curaçao. Moederziel alleen befietste ik de drukke wegen. “Gevaarlijk!” en “Je bent gek!”, klonk het dagelijks om mij heen. Misschien hadden ze gelijk, maar ik wilde nou eenmaal fietsen.

Omdat mijn mountainbike van Chinese makelij en zeg maar niet een van de duurste was, moest ik met grote regelmaat langs Vistabike, toen de enige fietsspeciaalzaak op het eiland. Dat kan beter, dacht ik iedere keer weer als ik het pand had verlaten, nadat een knorrig ouder echtpaar – knorrig als understatement – mij iets in mijn handen had geduwd en mij had toegestaan te betalen.

Regelmatig heb ik nachten wakker gelegen en fantaseerde ik over mijn eigen fietsspeciaalzaak. Met bandenplakservice natuurlijk, want als Amsterdammer heb ik nu eenmaal veel ervaring opgedaan met banden plakken (zie voor verdere ervaring mijn LinkedIn). Ook zou ik net als de Flying Dutchman in Ecuador een grote jeep aanschaffen, daar een kooi bovenop lassen zodat je daar fietsen op kon zetten en fietsers die waren afgehaakt. Mijn automonteur had er wel oren naar, maar ja, we hadden allebei geen kapitaal. En misschien waren we ook wel een beetje laf.

Ondertussen bleef menigeen mij verwonderd aankijken als ik al fantaserend rondfietste over het eiland. Zelfs de loslopende waakhonden hadden meestal te laat door wat er nu precies voorbij kwam sjezen. Tot een paar jaar later, toen hele Raboploegen uit Nederland kwamen aanzetten, de fietsclinics als paddenstoelen uit de grond schoten en de honden inmiddels op ‘activate’ en ‘schuimbekken’ stonden als er weer een fietser voorbij kwam.

Er zijn tal van voorbeelden, waarbij ik trendsettende ideeën had die zijn weggehoond of wegbekritiseerd. Zielig? Ik geef toe: sommige komen ook wel een beetje maf over. Zo heb ik een fobische angst voor haaien. In de zee – al is het de Oostzee – ben ik bang voor haaien, in het zwembad ben ik bang voor haaien en in een waterbed ben ik bang voor haaien. Hoe dat komt? Geen idee, misschien een reden temeer om te geloven in een vorig leven waarin een haai mij of een van mijn dierbaren op gruwelijke wijze uiteen heeft gereten.

Hoe dan ook, toen Man en ik gisteren op het strand van Zandvoort in onze rust werden gestoord door een laag overvliegende helikopter en een constant langsvarende reddingsbrigade was mijn onmiddellijke reactie: haaien. Daar werd natuurlijk hartelijk om gelachen. Maar wat hoor ik vandaag op het RTV N-H-nieuws: “Er zwemmen haaien in de Noordzee” Zie het bericht, zie de foto van de spotter Sandra van der Kolk:

Haai in de Noordzee

en: ZIE JE WEL!

Wacht maar: over een paar jaar komen de echte jaws-sen.

Oh, lekker dan: RTV N-H heeft het bericht vijf minuten na het plaatsen van mijn bericht gewijzigd. Waarschijnlijk is het toch geen haai geweest…

Toch: beware!

Beware of sharks

Advertenties

Kleine wereld

Op Curaçao moet je voorzichtig zijn. Je kunt niet zomaar je vinger opsteken naar deze en gene zonder gevolgen. Vroeg of laat blijkt het familie of zit je opeens recht tegenover de persoon in een sollicitatiegesprek. Het eiland is klein, iedereen kent elkaar. Nee, beter hou je je Amsterdamse mores een beetje in toom en doe je mee met de rest:

Tur kos ta bon
Goedemorgen. Alles goed? Ja goed? En met je man? En met je kinderen? En met de hond? Ja bij ons ook alles goed, dank God (danki Dios). En wat een regen he? Ja de regen valt hard vandaag (awa ta kai duru). Man man (hombu) wat valt de regen hard. Doe je de groeten thuis? Ja en rustig aan he (bai poko poko), pas op je lichaam (kuida bo kurpa)! Dahaag. (Ayo)

De broer van
Maar niet Werner Wiels, de broer van. Niks geen prietpraat. “Juffrouw Zoeter”, buldert hij bij binnenkomst, “wat heb je tot nu toe geleerd”. Ik doe net alsof ik niet sidder en beef van deze grote, indrukwekkende en strenge man die ik nog nooit eerder heb ontmoet, hef mijn hoofd op en steek mijn verhaal af. Oef, gelukt. Ik zie hem verzachten. De toenmalige (2004) directeur van de Antiliaanse Medefinancierings Organisatie (AMFO) is tevreden. Wij krijgen een prettige werkrelatie.

Nos tur ta famia
En wat blijkt nu. Wij zijn familie volgens een verre neef die de hele stamboom uitzoekt. Eigenlijk komt dat niet als een verrassing als ik terugdenk aan dat eerste moment dat ik Werner Wiels ontmoette en hij als een soort van strenge oom aanvoelde. Maar ook een vreemd idee: ik zo wit en hij niet echt, en een Helmin die zo anti-Nederlander was. Maar zoals Werner Wiels in een interview met Notisia 360 op 5 mei 2013 zegt: “Je kunt zeggen dat hij het zelf heeft uitgelokt, maar dat is nog geen rechtvaardiging voor dat wat is gebeurd”. En zo is het.

Wielsoverleg bij de truk’í pan

CUR – Op het pleintje in Otrobanda staat een truk’i pan. Winchy’s Corner is de naam van de stacaravan die omgebouwd is tot late-night-snacktent. Net als in een Nederlandse shoarmazaak kun je bij een truk’i pan (eigenlijk trùk di pan: broodjes truck) tijdens of na het stappen een stevig broodje halen.

OK, het is geen Curaçaose trùk i pan, maar het had er wel een kunnen zijn

Pan ku steak
‘Brood-je’ is misschien niet helemaal het woord voor de enorme homp gevuld met vlees, kip, bakijou of zeeslak. Maar homp klinkt weer niet eerbiedig genoeg. Want voor een truk’i pan broodje heb ik Respect. Zeker na enkele biertjes. Dat combineert uitstekend. Ik ga niet vertellen hoe lekker die broodjes zijn, want dat doet Indra al op MeetCuracao.com met een recept voor haar favoriete Pan ku steak.

pan-ku-steak

Papito
Het is zondagavond iets na zessen en nog rustig bij Winchi. Na een dagje strand wil ik nog niet meteen naar huis en rij ik langs Papito in Otrobanda. Altijd gezellig met Papito. Zoals verwacht hoef ik niet langs zijn huis, want daar zie ik hem al zitten onder de boom bij Winchi, samen met twee andere mannen. “Niet teveel drinken Papito, roept menige voorbijganger”. Papito moet bij tijd en wijle naar het ziekenhuis als zijn lever het weer welletjes vindt wanneer hij weer eens ‘de geel’ heeft.

Hopeloos
Toch altijd weer bijzonder dat ik bij de truk’i pan van harte welkom ben. Ook al ben ik een vrouw, en meestal de enige. Ook al ben ik makamba, ook meestal de enige. Sterker nog, een paar uurtjes en biertjes later worden de gesprekken steeds beter. En we zijn het allemaal roerend eens: het is hopeloos gesteld met de politiek op het eiland.

Helmin Wiels RIP
Als wij gisteravond bij Winchi zouden hebben gezeten, dan is het wel duidelijk wat het gespreksonderwerp van de avond zou zijn geweest: Helmin Wiels, de leider van de partij Pueblo Soberano en de ‘Wilders van Curaçao’, die op zondag 5 mei 2013 aan het einde van de middag is doodgeschoten op het strand van Marie Pompoen. Vermoedelijk door de maffia, omdat hij de corruptie op het eiland probeerde uit te bannen.

Wielsplein?
We zouden het hebben over zijn beledigingen aan het adres van vrouwen en Nederlanders. Dat zouden wij in mijn bijzijn natuurlijk sociaalwenselijk afkeuren. Maar wij zouden hem ook roemen om zijn enorme charisma. We zouden speculeren over wie hem heeft vermoord. En we zouden ons afvragen of er nu misschien een Helmin Wielsplein komt. Of zou dat net zo omstreden worden als het plein dat dan weer Plaza Hariri (naar de in 2005 vermoorde ex-premier van Libanon), dan weer Palu Blanku heet?

Wij namen nog een biertje en een broodje.

Bon siman

CUR – Het begint op zondag. De laatste happy hours van het weekend zijn nog in gang, maar hier en daar hoor je het al: bon siman. De werkweek is in zicht. Maandag op kantoor kun je er niet meer omheen. Bon siman hier, bon siman daar. Vanuit alle hoeken wenst men elkaar een goede week toe. In Nederland zoiets als ‘goedemorgen hoe was je weekend’. Maar dan positiever. Want iedere keer als je denkt: mijn hoofd doet pijn en ik heb geen zin, dan roept de een of andere blije collega “bon siman”! Het moet wel een goede week worden.

Anders is het op deze après-vakantiemaandag. Ik denk met weemoed aan de stieren in de velden, het Andalusische achterland en de patio vol planten en bloemen.

5

Daarom aan iedereen die net als ik een beetje moeite heeft met opstarten deze week: bon siman.

Genieten in een achterstandswijk

NL – Het is acht uur ’s ochtends. Een vos schiet langs het hek van de tuin. Over het ijs, langs de school, het park in, en weer terug. Binnen dertig seconden is hij twee keer rond gegaan. Ik wist niet dat vossen zo hard kunnen rennen. De buizerd op de tak kijkt ogenschijnlijk rustig toe. Wacht hij zijn beurt af of heeft hij het op groter wild gemunt, zoals de Oehoe in Lauwersmeer die met zijn intimiderende praktijken de Volkskrant heeft gehaald?

Slotermeer
Als je aan Amsterdam denkt, zeg je niet meteen Slotermeer. Een wijk die met hoofdzakelijk zeventig plussers, nieuwe Nederlanders en geen enkele hippe kroeg, maar wel een overdaad aan schotelantenne’s wat minder aanspreekt bij de gemiddelde blanke, hoogopgeleide dertiger.

Een ommetje in een buitenwijk van Amsterdam

Een ommetje in een buitenwijk van Amsterdam

Lees verder

In het bos met de wilde dieren

Het is zeven uur ’s ochtends en bijna helemaal stil in het bos. Af en toe een vogel die met een luide schreeuw wegvliegt. Het dikke bladerdek kraakt onder mijn voetstappen. Om mij heen hier en daar geritsel. Een vogel? Een egel? Of misschien een das? De gastheer van het landhuis heeft er onlangs nog een gespot. Maar wat als ik iets anders tegen kom? Een vos bijvoorbeeld. Of een kudde wilde zwijnen met een reusachtige vader overste!

Jij ziet mij niet, maar ik zie jou wel...haha

Lekker
Nu hou ik erg veel van zwijnen, maar dan wel kant en klaar op mijn bordje. Heerlijk met een beetje lingon– of cranberries en een goed glas rode wijn. Ik herinner mij de ontmoeting met een zwijnenfamilie op Curaçao. Als je naar het noordoosten toe rijdt, naar Playa Kanoa, dan moet je op een gegeven moment kiezen: neem ik de onverharde weg naar links of de onverharde weg naar rechts. Iedere keer vergeet ik weer. Ik besluit de weg te kiezen die de minste gaten lijkt te hebben. Op goed geluk. Lees verder

Buurman en buurman

NL – “Goedemorgen poppetje”, zegt de buurman van de hoek met de Lijnbaansgracht terwijl hij langsfietst. Even voel ik mij bijzonder gevleid. Maar wat blijkt: ik ben niet het enige poppetje van de buurman. Hij groet iedereen even vriendelijk. Overal zie en hoor je hem door de Jordaan fietsen. Tringelingeling: “dag poppetje”, tringelingeling: “dag prinsesje”, tringelingeling: “oh dag meneer”, tringelingeling: “he, hoe gaat het”.  Altijd keurig met hoed en lichtkleurige regenjas. En altijd op de fiets.

De mysterieuze buurman
Wie is die man en waar zou hij vandaan komen, vraag ik mij vaak af. Lees verder

Wat te doen bij een orkaan

Verbeeld ik het mij, of was Eric Mouthaan vorige week op het RTL-nieuws een beetje aangeslagen nadat Sandy net was overgetrokken? Het zou mij op zich niet verbazen. De kwetsbaarheid van de mens bij een dreigende of net overgekomen orkaan – zelfs dus in De Stad New York – hakt er best in weet ik uit eigen ervaring. In september 2004 maakte ik Ivan op Curaçao mee.

Lees verder

Happy hour moet blijven

CUR – Het is vrijdagmiddag 14.00 uur. Ik heb het journalistenbestaan tijdelijk aan de kant gezet en werk inmiddels bij een Antilliaanse overheidsdienst op Curaçao. Verdient 1000 gulden per maand meer. Zo principieel ben ik dan ook wel weer.

Net weer terug op kantoor van de lunch besluit ik vol goede moed dat ene lastige project weer op te pakken. De dag daarvoor heb ik dan eindelijk na een behoorlijk aantal vergeefse pogingen een ambtenaar gesproken die zich wél verantwoordelijk lijkt te voelen voor de zaak. Maar ik moet toch iemand anders hebben, meldt zij.

De kamergenoot
Die iemand anders werkt bij Economische Zaken en die bel ik even: “Nee, meneer is met lunch”. Goed. Maakt niet uit. Ik pak tussendoor wel wat anders op. Dan komt mijn kamergenoot lachend binnen. Hij heeft net een gezellig onderonsje gehad met een collega verderop. Mijn kamergenoot lacht altijd, ook al zit het even tegen. Hij is van origine Arubaan, heeft nauwe banden met de bovenwindse eilanden, woont sinds lange tijd op Curaçao, maar heeft daarvoor jaren in Brabant gewoond. Die mix geeft een apart soort humor.

Kippetjes
Behalve dat mijn kamergenoot veel lacht, bespreekt hij al zijn activiteiten graag hardop. Zo verneem ik, dat hij nu even zijn vrienden Moet bellen, want het is vrijdagmiddag: tijd voor De Happy Hour. Het wordt een geanimeerd telefoongesprek met vriend één. Ik luister graag mee, want de nabespreking van de happy hour van de week daarvoor is bijzonder sappig te noemen. Iets over Dominicaanse vrouwen. Of het nu opschepperij is of echt waar, het fijne zal ik er nooit van weten. In ieder geval leer ik, dat het Papiamentse woord voor ‘chickie’, galinja is. Mijn kamergenoot vertaalt dat ook wel eens met ‘kippetje’. Het zal de Brabantse inslag wel zijn.

Het gesprek met vriend twee verloopt niet heel anders. En natuurlijk onder luid gelach. Ik luister nu met een half oor, want ik begin mij weer voor te bereiden op mijn telefoontje met de ambtenaar van Economische Zaken. Die heeft namelijk flink wat uit te leggen aangaande het project. Maar nee: “Meneer is met lunch”. Maakt niet uit, ik pak wel iets anders tussendoor op.

Het Ministerie van Belangrijke Zaken
Een andere collega komt binnen, pakt de krant van het bureau van mijn kamergenoot en spreidt die uit over mijn papieren. Kamergenoot is inmiddels klaar met zijn happy hour telefoontjes. De collega met de krant begint een gezamenlijke bespreking over alle nieuws en advertenties die zij daarin tegen komt. Even later wordt ze onderbroken door een collega op de gang. Die is namelijk een luid roepend gesprek aangegaan met een andere collega 10 meter verderop. Ze brullen elkaars naam over en weer. Een keer of vier. De collega van de krant gaat nieuwsgierig kijken en meebrullen. Dan is het 15.30 uur, tijd voor een nieuwe poging. Eindelijk krijg ik de ambtenaar van Economische Zaken aan de lijn: “Mevrouw, het is vrijdagmiddag! Dat ga ik nu echt niet meer doen!” Ik besluit het maar op te geven voor deze week.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Ja, dat ben ik zelf ook even kwijt. Welnu, in Nederland willen ze de happy hour afschaffen om drankmisbruik onder jongeren tegen te gaan. Wat blijkt: op Curaçao is de happy hour van een dusdanig belang, dat er iedere dag wel ergens een is en dat menigeen er zijn werk voor laat liggen. Dan moet het wel écht belangrijk zijn. Op naar de happy hour!