In het bos met de wilde dieren

Het is zeven uur ’s ochtends en bijna helemaal stil in het bos. Af en toe een vogel die met een luide schreeuw wegvliegt. Het dikke bladerdek kraakt onder mijn voetstappen. Om mij heen hier en daar geritsel. Een vogel? Een egel? Of misschien een das? De gastheer van het landhuis heeft er onlangs nog een gespot. Maar wat als ik iets anders tegen kom? Een vos bijvoorbeeld. Of een kudde wilde zwijnen met een reusachtige vader overste!

Jij ziet mij niet, maar ik zie jou wel...haha

Lekker
Nu hou ik erg veel van zwijnen, maar dan wel kant en klaar op mijn bordje. Heerlijk met een beetje lingon– of cranberries en een goed glas rode wijn. Ik herinner mij de ontmoeting met een zwijnenfamilie op Curaçao. Als je naar het noordoosten toe rijdt, naar Playa Kanoa, dan moet je op een gegeven moment kiezen: neem ik de onverharde weg naar links of de onverharde weg naar rechts. Iedere keer vergeet ik weer. Ik besluit de weg te kiezen die de minste gaten lijkt te hebben. Op goed geluk.

Iew
Die gaten lijken steeds meer in aantal en dieper. De omgeving steeds onprettiger. Het zwerfvuil in de bosjes langs de weg neemt toe naarmate de weg verder gaat. Maar ook grof vuil heeft hier een laatste rustplek gevonden. Naast half vergane schoenen en kleding, kom je allerlei keukengerei, een enkele koelkast, wasmachine en uitgebrand autowrak tegen. Het lijkt op de Weg naar Fuik, maar dan vele malen erger.

Iewer
Ik denk aan verhalen uit de kranten. Over gestolen auto’s die in dit soort gebieden worden gedumpt nadat ze van alle onderdelen zijn ontdaan. Over een paar Colombianen die in de buurt zijn opgegraven. Er zat zand in hun mond, keel en neus, wat er op duidt dat ze levend zijn begraven. En ik denk aan verhalen over andere lijken. Het ruikt inderdaad niet fris, maar dat kunnen natuurlijk ook gewoon dode hagedissen, leguanen of zwerfhonden zijn.

Iewst
De hoeveelheid afval wordt erger en erger en na een paar kilometer slalommen ben ik eindelijk aangekomen: bij een vuilnisbelt. Er loopt een groepje wilde zwijnen door de puinen. Hun haast zwarte vacht staat stekelig en plakkerig overeind. Een soort gel-coupe, maar dan meer puur natuur. Twee zwijnen hebben een geitje te pakken en beginnen het beestje uiteen te rijten. Er gaat een rilling door mij heen en ik rijd er snel voorbij. Totdat de weg doodloopt. Het had dus de andere onverharde weg moeten zijn. Meteen rechtsomkeert kom ik weer langs het lieflijk tafereeltje: in minder dan vijf minuten hebben de twee zwijnen het geitje op de botten na compleet verorbert. Playa Kanoa: laat maar even zitten.

Zucht
Ondertussen ben ik gewoon in een sprookjesbos op de Veluwe met de geur van hars en mos, met de laatste veelkleurige herfstblaadjes en met de prachtigste paddenstoelen. Hoe smaller de paadjes, hoe mooier de natuur, maar ook hoe spannender. Want wat zal ik eens doen als ik oog in oog kom te staan met zo’n grommende reus met slagtanden? Er op los slaan met een stok? Ik betwijfel of die honderdvijftig kilo daar iets van merken. In een boom klimmen? Zo soepel ben ik nu ook weer niet. Ik neem een laatste teug van de ochtendlucht in het bos. Deze held gaat koffiedrinken.

In het bosPaddo'sHaardvuurDe vlakteBladerdek    Zo zijn ze best lief

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s